Geschiedenis
van Veenendaal
Veenendaal,
de naam zegt het al, is ontstaan als veenkolonie. Het dorp dankt zijn ontstaan
aan de in de
bodem aanwezige turf,
die vanaf het midden van de zestiende eeuw op een stelselmatige manier werd
afgegraven.
Voor de afvoer van de turf werd in de vijftiende en zestiende eeuw de Bisschop
Davidsgrift gegraven.
Het dorp lag deels in Utrecht, deels in Gelderland: er was sprake van een
Stichts Veenendaal en
een Gelders Veenendaal.
Stichts hoorde bij Rhenen, Gelders bij Ede. In 1795, met de komst van de
Fransen,
werd Stichts Veenendaal een zelfstandige gemeente. In 1812 werden Stichts en Gelders Veenendaal samengevoegd
tot één gemeente. Die
samenvoeging werd echter al in 1814 weer ongedaan gemaakt.
Pas in 1960 werd het Gelderse deel definitief bij het Utrechtse Veenendaal
gevoegd.
Veenendaal is groot geworden met turf, textiel en sigaren. Fabrieksgebouwen met
hoge schoorstenen
bepaalden het aanzicht tot ver in de twintigste eeuw. Na de teloorgang van de textiel- en sigarenindustrie zijn die
fabrieksgebouwen
bijna allemaal verdwenen.
Bron; Gemeente Veenendaal